Woningwet: nieuwbouw

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Bouwvergunning
Het bekendste instrument om de Woningwet-doelstellingen voor nieuwbouw te bereiken, is de bouwvergunning. Een bouwvergunning moet geweigerd worden als het bouwplan niet aan de eisen voldoet. De meeste eisen staan in: het bestemmingsplan (op grond van de Wro); het Bouwbesluit, de bouwverordening en de gemeentelijke welstandsnota (op grond van de Woningwet).
De begrippen ‘bouwen’ en ‘bouwwerk’ staan gedefinieerd in de wet, respectievelijk de modelbouwverordening.
Art. 40 onder a Wonw bepaalt dat het verboden is te bouwen zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende bouwvergunning
De definitie van bouwen staat in art. 1 lid 1 onder a Wonw: Il ‘Bouwen’ is het kantoor huren heerhugowaard plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. Onder bouwen wordt ook verstaan het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een standplaats. Een standplaats is een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten (art. 1 lid 1 onder h Wonw).
De definitie van een kantoor huren bussum bouwwerk staat in de modelbouwverordening -dat is de modelverordening die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) voor de gemeenten heeft gemaakt en meestal wordt overgenomen.
Een bouwwerk is elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die op de plaats van bestemming, hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
Over de kantoor huren waalwijk begrippen ‘bouwen’ en ‘bouwwerk’ is veel jurisprudentie ontstaan. Hoofdlijn is dat de begrippen ruim worden geïnterpreteerd. Een bouwwerk is elk object dat naar constructie, omvang en aard een plaatsgebonden karakter heeft.
• Voorbeeld Burgemeester en wethouders van Leidschendam hadden een inwoonster medegedeeld dat van gemeentewege was gebleken dat zij, zonder de daarvoor vereiste vergunning, twee gekoppelde keetwagens had geplaatst. Zij hadden haar daarbij aangeschreven de keetwagens binnen een maand te verwijderen, bij gebreke waarvan van gemeentewege, doch op haar kosten daartoe zou worden kantoor huren wormerveer overgegaan. In haar uitspraak zei de Afdeling rechtspraak: ‘dat een plaatsgebonden situatie onder meer kan worden aangenomen op grond van de kennelijke intentie van de eigenaar of de gebruiker, de duur van de aanwezigheid en het treffen van voorzieningen aan of bij de wagens.’ (ARRvS 8 maart 1987, nr. R03.85.6062, AB 1987/ 373)
Uitgangspunt van de Woningwet is dat voor elk bouwen, dat wil dus zeggen het oprichten, veranderen e.d. van een bouwwerk, een bouwvergunning nodig is.

Burgemeester en wethouders

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Indien burgemeester en wethouders niet of niet volledig gevolg geven aan een vordering, kan de minister van VROM voor rekening van de gemeente zelf bestuursdwang toepassen of een last onder dwangsom kantoor huren heerhugowaard opleggen (art. 7.8 lid 2 Wro en lOOb Wonw). De minister kan bepalen dat de aan de uitvoering van de beschikking verbonden kosten voor rekening van de gemeente blijven. Denkbaar is bijvoorbeeld dat een gemeente in strijd met een bestemmingsplan een bouw- of aanlegvergunning heeft verleend voor een (bouw)werk in een kwetsbaar natuurgebied en de verkrijger bewust in de waan heeft gebracht dat de verlening rechtmatig was. Indien kantoor huren bussum daarna het gebouwde of aangelegde werkelijk moet worden afgebroken of ongedaan moet worden gemaakt, is het onredelijk die kosten bij de vergunningverkrijger in rekening te brengen.
Waar de minister kan vorderen, kunnen Gedeputeerde Staten verzoeken, indien dat althans met het oog op een goede ruimtelijke ordening ter behartiging van provinciale belangen geboden is, dat burgemeester en wethouders binnen een bepaalde termijn gebruikmaken van hun bevoegdheden tot handhaving ter zake van de overtreding. Ten aanzien van bouwen kunnen Gedeputeerde Staten hetzelfde kantoor huren waalwijk verzoeken op grond van art. lOOba Wonw.
4.8 Bezwaar en beroep en advisering inzake beroepen
Belanghebbenden kunnen tegen besluiten in beroep gaan bij de rechtbank, na een bezwaarschrift te hebben ingediend (subparagraaf 4.8.1). Op grond van de Wro staat in de meeste gevallen alleen direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Desgevraagd geeft de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak aan de rechter advies (subparagraaf 4.8.2).
4.8.1 Bezwaar en beroep De hoofdregels omtrent bezwaar en beroep staan in de Awb: eerst een bezwaarschrift indienen, tenzij “., · daarna beroep bij de rechtbank.
Art. 7:1 lid 1 Awb bepaalt dat degene aan wie het recht is toegekend tegen een besluit kantoor huren wormerveer beroep op een administratieve rechter in te stellen, alvorens be
4.8 Bezwaar en beroep en advisering inzake beroepen 195
roep in te stellen tegen dat besluit bezwaar dient te maken tenzij het besluit: a op bezwaar of in administratief beroep is genomen, b aan goedkeuring is onderworpen, c de goedkeuring van een ander besluit of de weigering van die goedkeuring inhoudt, of d is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4.
Art. 8:1 lid 1 Awb luidt: een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de rechtbank.

De flexibiliteitsbepalingen

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De flexibiliteitsbepalingen in een bestemmingsplan roepen de vraag op hoe die moeten worden meegewogen. Ten aanzien van de binnenplanse ontheffing geldt dat die in de beschouwing moeten worden betrokken (zie ABRvS 3 december 2003, AB 2005/61). Pas als met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid valt uit te sluiten dat kantoor huren heerhugowaard de ontheffingsmogelijkheden niet maximaal benut zullen worden, behoeft met die mogelijkheid geen rekening te worden gehouden. Uitgangspunt bij de vergelijking in de meeste gevallen is dus het verleend zijn van de ontheffingen. Evenals bij de ontheffingen moet ervan worden uitgegaan dat het bestemmingsplan is uitgewerkt (art. 3.6 lid 1 onder b Wro). Die mogelijkheid moet, evenals de ontheffingsmogelijkheid, worden opgeteld bij de gebruiksmogelijkheden van het bestemmingsplan. Indien niet gebouwd mag kantoor huren bussum worden zonder een uitwerkingsplan, moet niet met een uitwerking rekening worden gehouden (zie ABRvS 20 september 1999, BR 2000/586). Dat geldt niet voor de in art. 3.6 lid 1 onder b Wro bedoelde wijzigingsmogelijkheid. Uit de uitspraak van de ABRvS van 12 januari 2005, AB 2005/121 blijkt dat met een niet-verwezenlijkte wijzigingsbevoegdheid bij de vergelijking van het nieuwe met het oude plan geen rekening moet worden gehouden.
Met uitbreidingsmogelijkheden op grond van de overgangsrechtbepaling uit het oude plan behoeft geen rekening te worden gehouden (zie ABRvS 30 december 1993, BR 1994/949).
Indien het overgangsrecht bij het oude bestemmingsplan zo ruim was dat daarin een recht op uitbreiding van de bestaande bebouwing was begrepen kantoor huren waalwijk waarvan de effecten vergelijkbaar zijn met hetgeen ingevolge het nieuwe planologische regime is toegelaten, kan van een planologische verslechtering niet worden gesproken (ABRvS 26 augustus 1996, AB 1996/513). In die zin moet dus wel met overgangsrecht rekening worden gehouden.
Het onder het overgangsrecht van het nieuwe plan brengen van een met het nieuwe bestemmingsplan strijdige situatie, heeft meestal negatieve gevolgen voor de waarde. Het gaat immers om een tijdelijk voort te kantoor huren wormerveer zetten gebruik, omdat het volgens het nieuwe bestemmingsplan is ‘wegbestemd’.
Uit onder andere de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 12 februari 1997 (AB 1997/ 232) blijkt dat niet ter zake doet wat feitelijk gerealiseerd is. Het gaat erom wat volgens de voorschriften van het oude plan mocht worden gerealiseerd.

Wet ruimtelijke ordening

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Het is immers niet logisch de verlening van de aanlegvergunning op te houden indien het bestuursorgaan zelf ervoor kiest mee te werken aan realisatie van het aanlegplan. Derden behouden hun mogelijkheid een beroep op de rechter te doen tegen het (aanleg)plan. Er zijn kantoor huren heerhugowaard ook andere wetten op grond waarvan besluiten als projectbesluiten worden genomen, bijvoorbeeld de Tracéwet of de Wet op de waterkering. Een aanlegvergunningsstelsel is niet van toepassing op de werkzaamheden ter uitvoering van de ‘projectbesluiten’ op grond van deze wetten.
In geval van een beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in de Monumentenwet 1988, waarvoor nog geen ter bescherming daarvan strekkend bestemmingsplan of beheersverordening geldt, moeten burgemeester kantoor huren bussum en wethouders de beslissing op een aanvraag aanlegvergunning aanhouden. Deze aanhouding duurt totdat het beschermende bestemmingsplan of de beheersverordening in werking is getreden. Burgemeester en wethouders kunnen toch de aanlegvergunning verlenen indien het werk of de werkzaamheid niet strijdt met het in voorbereiding zijnde beschermende beschermde stads- of dorpsgezicht strekkende bestemmingsplan of het daaraan voorafgaande projectbesluit. Tevoren kantoor huren waalwijk moeten burgemeester en wethouders echter de Rijksdienst voor archeologie, cultuurlandschap en monumenten horen (art. 3.18 lid 7 Wro).
Van belang is dat het vereiste van een (aanleg)vergunning op grond van een bestemmingsplan pas geldt als het bestemmingsplan met het aanlegvergunningsstelsel van kracht is; een bestemmingsplan in procedure met een aanlegvergunningplicht maakt nog geen aanlegvergunning noodzakelijk. Een aanlegvergunningplicht op grond van een voorbereidingsbesluit, voorafgaande aan het in procedure brengen van het bestemmingsplan, blijft bestaan als het ontwerp-bestemmingsplan tijdig ter inzage wordt gelegd: het voorbereidingsbesluit blijft dan immers gelden (art. 3.7 lid 5 Wro).
Er mag geen aanlegvergunning geëist worden als het de bedoeling is om een bepaald gebruik kantoor huren wormerveer van een terrein geheel te voorkomen; het verbod moet dan in een gebruiksbepaling worden opgenomen.
In de Wro (art. 3.19) is ook de intrekking van de aanlegvergunning geregeld. Burgemeester en wethouders kunnen een aanlegvergunning intrekken als blijkt dat de vergunning ten onrechte is verleend; of de werkzaamheden niet zijn begonnen of gestaakt; of in strijd wordt gehandeld met beperkingen waaronder de vergunning is verleend of met de voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden.

Een onherroepelijke wijziging

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Een onherroepelijke wijziging of uitwerking maakt deel uit het bestemmingsplan (art. 3.6 lid 3 Wro). Dit voorschrift is opgenomen omdat anders bijvoorbeeld de voorschriften van het bestemmingsplan geen betrekking zouden hebben op de wijziging of uitwerking: bouwaanvragen zouden dan niet aan het uitwerkingsplan kantoor huren heerhugowaard getoetst hoeven te worden. Wijzigingen of uitwerkingen kunnen daardoor alleen ingetrokken worden onder toepassing van de int rekkingsregels voor bestemmingsplannen.
Een bestemmingsplan geeft voor een uit te werken deel van het plan op een zodanige wijze de doelstellingen aan, dat voldoende inzicht wordt verkregen in de toekomstige ontwikkeling van het desbetreffende kantoor huren bussum gebied (art. 3.1.4 Bro).
Een globaal bestemmingsplan bevat bouwvoorschriften die verschillende soorten gebruik toelaten. Er kunnen dubbelbestemmingen worden opgenomen (bijvoorbeeld agrarisch gebied en tegelijk waterwingebied), mengbestemmingen (wonen en werken) of subbestemmingen (agrarisch gebied met leidingenstrook). Als zo’n bestemmingsplan niet voorschrijft dat het moet worden uitgewerkt, noemt men het een globaal eindplan. Hierdoor kan het op verschillende manieren worden uitgevoerd.
• Voorbeeld Globaliteit kan ook te ver worden doorgevoerd. Als er combinaties van niet-genormeerde of beperkte bestemmingen mogelijk zijn, kan het kantoor huren waalwijk totaal van de activiteiten
4.2 Bestemmings-en inpassingsplan 141
zodanig zijn dat een milieueffectrapport (MER) verplicht wordt. Bijvoorbeeld, indien op een locatie de combinatie zwembad, kunstijsbaan en zalenverhuur wordt toegelaten, kan die in het algemeen meer dan 500 000 bezoekers per jaar aantrekken indien geen beperkingen worden opgelegd. Zo had de gemeente Assen een bestemmingsplan gemaakt waarvan het plangebied grotendeels de bestemming ‘Sport en uitgaanscentrum’ had. De gronden met deze bestemming waren bestemd voor sport, sportieve recreatie, voorzieningen ten dienste van, dan wel in aansluiting op de sport en sportieve recreatie, horecavoorzieningen, bioscopen en theaters, zalencentra, evenementen- en manifestatieruimten, een bergbezinkbassin, parkeer- en groenvoorzieningen, waterpartijen en wegen en paden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde in haar uitspraak van 6 maart 2002 (BR 2002/958) voorop ‘dat bij de beoordeling van de m.e.r.-plicht moet worden uitgegaan van hetgeen het plan mogelijk maakt.’ Gedeputeerde Staten waren, net als de gemeente, ten onrechte uitgegaan van de verwachtingen van de kantoor huren wormerveer exploitant; zij hadden moeten uitgaan van de mogelijkheden die het plan bood. ‘Voorts stelt de Afdeling vast dat vanwege de globaliteit van het plan het opstellen van een milieueffectrapport ernstig wordt bemoeilijkt omdat hierbij dient te worden bezien wat de milieueffecten zijn van de verschillende mogelijkheden die het plan biedt.’ De Afdeling achtte ook uit oogpunt van rechtszekerheid – mede in aanmerking genomen de belangen van omwonenden – het plan, gelet op de zeer ruime doeleindenomschrijving, te globaal van karakter.

Een mandaat

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Mandaat Een mandaat is te beschouwen als een opdracht waarbij een bestuursorgaan (mandant) een ander (mandataris) machtigt tot het in zijn naam en onder zijn verantwoordelijkheid uitoefenen van een hem toekomende kantoor huren heerhugowaard bevoegdheid (art. 10:1 Awb). Bij mandaat worden geen bevoegdheden overgedragen, iemand handelt namens een ander.
• Voorbeeld Een ambtenaar neemt een beslissing namens de minister. Feitelijk beslist de ambtenaar, maar de minister kan ervoor worden aangesproken.
3.5 Bepalingen over bestuursorganen 123
De mandant kan ook zelf nog de beslissingen nemen en eventueel aanwijzingen geven. Bij delegatie kan dat alles niet zolang de delegatie van kracht is.
De verschillen tussen kantoor huren bussum delegatie en mandaat zijn in tabel 3.1 weergegeven.
Voor delegatie is steeds een wettelijke basis nodig.
De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de delegatie gaat naar degene aan wie is gedelegeerd lde delegatarisl.
Degene die de delegatie verleent lde delegantl is de bevoegdheid kwijt om zelf te beslissen.
Er is wel sprake van overdracht van bevoegdheden van de delegant naar de delegataris.
Delegatie aan ondergeschikten is niet toegestaan.
Mandaat
Voor mandaat is geen wettelijke basis nodig.
De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van·het mandaat blijft berusten bij degene die het mandaat verstrekt (de mandantl.
Degene die het mandaat verleent lde mandantl blijft de bevoegdheid behouden om zelf te beslissen.
Er is geen sprake van overdracht van bevoegdheden Ier is sprake van een handelen namens een ander als vertegenwoordigerl.
Mandaat aan ondergeschikten is toegestaan.
De Awb regelt in art. 10:3 lid 2 een aantal bevoegdheden die niet mogen worden kantoor huren waalwijk gemandateerd, zoals de bevoegdheid tot: het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften; het beslissen op een beroepschrift; het vernietigen of het onthouden van goedkeuring aan een besluit van een ander bestuursorgaan.
3.5.2 Toezicht op bestuursorganen Nederland is een eenheidsstaat. Het gevolg hiervan is dat de uitoefening van bevoegdheden door de decentrale overheden niet zover kan gaan dat daardoor de eenheid van de staat in het geding komt. Hogere overheden hebben dan ook bevoegdheden toegekend gekregen om toe te zien op de besluiten en handelingen van de lagere overheden. In de diverse wettelijke voorschriften zijn voorschriften van toezicht opgenomen. De belangrijkste zijn: 1 preventief toezicht; 2 repressief toezich�.
De Awb geeft in titel 10.2 een aantal voorschriften met betrekking tot de rechtsfiguren van goedkeuring en vernietiging.
Preventief toezicht Preventief toezicht houdt meestal in dat bepaalde besluiten van lagere overheden goedkeuring nodig hebben van een hoger kantoor huren wormerveer bestuursorgaan voordat deze in werking kunnen treden. De meest gebruikelijke vorm van preventief toezicht is goedkeuring. Goedkeuring van een besluit kan alleen worden geëist in de gevallen die in de wettelijke voorschriften zijn aangewezen (art. 10:26 Awb).

Voorbereidingsbeslissingen

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

In art. 6:3 Awb worden beslissingen ter voorbereiding van besluiten niet vatbaar voor bezwaar of beroep verklaard, tenzij die beslissingen flexplek huren utrecht de belanghebbende los van het voor te bereiden besluit rechtstreeks in zijn belang treffen.
106 3 Bestuursrecht algemeen
•Voorbeeld De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het besluit van Gedeputeerde Staten om niet te starten met een procedure tot herziening van een streekplan een niet-appellabele voorbereidingsbeslissing is. De voorzitter stelt voorop flexplek huren eindhoven dat de beslissing geen besluit is in de zin van art. 1 :3 Awb; zij is immers niet gericht op rechtsgevolg, nu deze beslissing niet tot gevolg heeft dat het streekplan al dan niet wordt herzien, maar slechts betrekking heeft op de voorbereiding door Gedeputeerde Staten, van een besluit van Provinciale Staten inzake een dergelijke voorziening. (ABRvS 14 oktober 1994, nr. KOl .94.0012)
Te laat aan procedure meedoen Volgens art. 6:13 Awb kan geen beroep worden ingesteld tegen een besluit genomen op een bezwaarschrift of in administratief beroep, door een belanghebbende aan flexplek huren rotterdam wie redelijkerwijs kan worden verweten geen bezwaar te hebben gemaakt of administratief beroep te hebben ingesteld tegen het oorspronkelijke besluit. Deze bepaling betekent dat men niet later in een procedure kan instappen, maar dat men vanaf het oorspronkelijke besluit moet procederen.
Privaatrechtelijke handelingen Tegen privaatrechtelijke handelingen van de overheid kan worden geprocedeerd bij de burgerlijke rechter. Voordat een overheid een privaatrechtelijke rechtshandeling verricht, zal het desbetreffende bestuursorgaan altijd een besluit nemen om deze rechtshandeling te verrichten. De vraag is relevant of tegen een dergelijk besluit wel de Awb-procedure openstaat. In de Awb wordt deze vraag ontkennend beantwoord. Art. 8:3 Awb bepaalt namelijk dat tegen een besluit ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling geen beroep kan worden ingesteld. Deze bepaling bevestigt de zogenoemde oplostheorie: besluiten ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling worden gelijkgesteld met de privaatrechtelijke flexplek huren amsterdam rechtshandeling zelf. Tegen deze besluiten moet dus beroep worden ingesteld bij de burgerlijke rechter.
•Voorbeeld De gemeente besluit tot verkoop van een bouwperceel. Tegen het raadsbesluit is op grond van art. 8:3 Awb geen beroep krachtens de Awb mogelijk; wel is beroep mogelijk bij de burgerlijke rechter.

Algemene bepalingen over besluiten

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De titel van hoofdstuk 3 Awb zou de indruk kunnen wekken dat dit hoofdstuk voor alle soorten besluiten geldt, maar dat is niet waar. Hoofdstuk 3 gaat uit van een driedeling in bestuurshandelingen, namelijk: besluiten die flexplek huren utrecht algemeen verbindende voorschriften inhouden; overige besluiten; andere handelingen van bestuursorganen dan besluiten.
Afhankelijk van het type bestuurshandeling is de Awb geheel, gedeeltelijk of niet van toepassing. Algemeen verbindende voorschriften afkomstig van de formele wetgever vallen geheel buiten het toepassingsgebied van de Awb. Algemeen verbindende voorschriften afkomstig van lagere wetgevers (provincies, gemeenten) vallen slechts gedeeltelijk binnen het toepassingsbereik van de Awb. Afdeling 3.6 van flexplek huren eindhoven hoofdstuk 3 Awb (bekendmaking en mededeling) is niet van toepassing op algemeen verbindende voorschriften, volgens art. 3:1 Awb. De overige afdelingen zijn slechts van toepassing voor zover de aard van de besluiten zich daartegen niet verzet. Hoofdstuk 3 Awb is integraal van toepassing op ‘besluiten’, voor zover zij geen algemeen verbindende voorschriften inhouden. Op andere handelingen van bestuursorganen dan besluiten (bijvoorbeeld privaatrechtelijke en feitelijke handelingen) zijn de afdelingen 3.2 t/m 3.5 van toepassing, voor zover de aard van de flexplek huren rotterdam handelingen zich daartegen niet verzet (art. 3:1 lid 2 Awb). Afdeling 3.6 is derhalve niet van toepassing
88 3 Bestuursrecht algemeen
op algemeen verbindende voorschriften en privaatrechtelijke en feitelijke handelingen.
Deze afdelingen 3.2 t/m 3.6 van hoofdstuk 3 Awb komen hier nader aan de orde: zorgvuldigheid en belangenafweging (afd. 3.2) (bij de behandeling worden deze twee in de bredere context van de beginselen van behoorlijk bestuur gezet); advisering (afd. 3.3); uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afd. 3.4); bekendmaking en mededeling (afd. 3.6).
Beginselen van behoorlijk bestuur Beginselen van behoorlijk bestuur hebben een lange voorgeschiedenis. In een lange reeks van rechterlijke uitspraken flexplek huren amsterdam hebben zij in de afgelopen decennia erkenning gekregen als normen waaraan de overheid is gebonden bij de uitoefening van haar bevoegdheden.
In art. 3:2, 3:3 en 3:4 Awb zijn enkele beginselen van behoorlijk bestuur opgenomen, te weten: het zorgvuldigheidsbeginsel; het verbod van détournement de pouvoir; het verbod van willekeur; en het evenredigheidsbeginsel.

Bronnen van de grondrechten

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Klassieke en sociale grondrechten Klassieke grondrechten veronderstellen een zogeheten staatsvrije sfeer. Het betreft aangelegenheden waarmee flexplek huren utrecht de overheid zich niet mag bemoeien. Onze Grondwet begint met een opsomming van de klassieke grondrechten: discriminatieverbod; regeling van het Nederlanderschap; gelijke benoembaarheid in openbare dienst voor Nederlanders; actief en passief kiesrecht; petitierecht; vrijheid van godsdienst en levensovertuiging; vrijheid van meningsuiting; vrijheid van vereniging; vrijheid van vergadering en betoging; eerbiediging en bescherming van de persoonlijke levenssfeer; onaantastbaarheid van het menselijk lichaam; verbod op het binnentreden van flexplek huren eindhoven woningen; brief-telefoon-telegraafgeheim; bescherming bij onteigening; verbod op vrijheidsontneming; geen straf zonder wettelijke bepaling; wettelijk toegekende rechten; rechtsbijstand; recht op vrije arbeidskeuze.
De sociale grondrechten veronderstellen een overheid die zich intensief met deze aangelegenheden bemoeit. De formulering van deze grondrechten wijst daar ook op, zoals art. 19 Gw: ‘bevordering van voldoende werkgelegenheid is voorwerp van zorg der overheid.’ Andere sociale grondrechten betreffen: art. 20 Gw: recht op sociale zekerheid; art. 21 Gw: milieubescherming; art. 22 Gw: recht op volksgezondheid, flexplek huren rotterdam woongelegenheid, ontplooiing; art. 23 Gw: recht op onderwijs.
Het grondrecht betreffende onderwijs is een mengvorm van beide soorten grondrechten. Het is een klassiek grondrecht voor zover het betreft het recht dat het geven van onderwijs vrij is. Het is een sociaal grondrecht voor zover het betreft de bepaling dat het onderwijs voorwerp is van aanhoudende zorg van de regering. Naast de Grondwet zijn ook grondrechten opgenomen in internationale verdragen, waar Nederland partij bij is. Genoemd kunnen worden: het Verdrag inzake flexplek huren amsterdam de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie;
het Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (Verdrag van New York); het Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten; het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (Verdrag van Rome).

Uitvoering (bestuur)

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Uitvoering (bestuur) Wetgeving is geen doel op zich, maar slechts een middel om een ander doel te bereiken, namelijk bestuur van het land. Behalve wetgeving flexplek huren utrecht worden voor dit doel nog enkele andere instrumenten ingezet, waarop in hoofdstuk 3 uitvoerig zal worden ingegaan. Op deze plaats kunnen alvast worden genoemd: besluiten, plannen, beschikkingen, privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen. Doorgaans worden deze instrumenten ingezet ter uitvoering van wetten. De uitvoering van de wetten is niet altijd mogelijk door simpelweg de algemene regel van de wet toe te passen op een concreet geval. Daarvoor zijn de concrete gevallen te verschillend. Om deze reden spelen flexplek huren eindhoven tussen de algemene strekking van de wet en de uitvoering van de wetten verschillende bestuursorganen een rol.
• Voorbeeld De wetgever heeft de Wet op de Ruimtelijke Ordening gemaakt. Hierin staat onder meer dat gemeenten bestemmingsplannen moeten vaststellen, die de goedkeuring behoeven van Gedeputeerde Staten van de provincie. De wetgever heeft aan de gemeenteraden de keuze gelaten hoe men de ruimtelijke ordening in de gemeente wil regelen. Het bestemmingsplan is (mede)bepalend voor door burgemeester en wethouders te verlenen bouwvergunningen. Tussen de wetgeving en de toepassing ervan voor een concreet geval (de bouwvergunning) is dus slechts een ver verwijderd verband.
Daarnaast verricht de flexplek huren rotterdam overheid veel bestuurstaken zonder dat daarvoor een wettelijke grondslag is aan te wijzen.
•Voorbeeld Het verlenen van (sympathie)subsidies is bijvoorbeeld iets waar de overheid in beginsel vrij in is. Een wettelijke verplichting tot subsidieverlening is dan ook vaak niet aan te wijzen. Een ander voorbeeld is het maken van een beleidsplan op sociaal gebied.
De overheid verricht van oudsher bestuurstaken op het gebied van openbare (interne en externe) veiligheid. Zij heeft hiertoe de politie en het leger in het leven geroepen. Een andere traditionele taak van de overheid in een waterrijk land als Nederland is de bescherming tegen het water: de waterstaat. Dit is niet alleen een zorg van de centrale overheid, ook de lagere rechtsgemeenschappen, zoals provincies, waterschappen flexplek huren amsterdam en gemeenten, spelen hierbij een rol. Onderwijs en maatschappelijke zorg zijn eveneens taken die de overheid al meer dan 150 jaar tot de hare rekent. Naast deze traditionele taken hebben zich gaandeweg nieuwe problemen aangediend waarvan de burgers verwachten dat de overheid deze aanpakt en oplost. Hierbij moet worden gedacht aan: milieubeleid, beleid voor de ruimtelijke ordening en economisch beleid. Het milieubeleid en het beleid voor de ruimtelijke ordening komen in dit boek uitvoerig aan de orde in de volgende hoofdstukken.