De flexibiliteitsbepalingen

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De flexibiliteitsbepalingen in een bestemmingsplan roepen de vraag op hoe die moeten worden meegewogen. Ten aanzien van de binnenplanse ontheffing geldt dat die in de beschouwing moeten worden betrokken (zie ABRvS 3 december 2003, AB 2005/61). Pas als met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid valt uit te sluiten dat kantoor huren heerhugowaard de ontheffingsmogelijkheden niet maximaal benut zullen worden, behoeft met die mogelijkheid geen rekening te worden gehouden. Uitgangspunt bij de vergelijking in de meeste gevallen is dus het verleend zijn van de ontheffingen. Evenals bij de ontheffingen moet ervan worden uitgegaan dat het bestemmingsplan is uitgewerkt (art. 3.6 lid 1 onder b Wro). Die mogelijkheid moet, evenals de ontheffingsmogelijkheid, worden opgeteld bij de gebruiksmogelijkheden van het bestemmingsplan. Indien niet gebouwd mag kantoor huren bussum worden zonder een uitwerkingsplan, moet niet met een uitwerking rekening worden gehouden (zie ABRvS 20 september 1999, BR 2000/586). Dat geldt niet voor de in art. 3.6 lid 1 onder b Wro bedoelde wijzigingsmogelijkheid. Uit de uitspraak van de ABRvS van 12 januari 2005, AB 2005/121 blijkt dat met een niet-verwezenlijkte wijzigingsbevoegdheid bij de vergelijking van het nieuwe met het oude plan geen rekening moet worden gehouden.
Met uitbreidingsmogelijkheden op grond van de overgangsrechtbepaling uit het oude plan behoeft geen rekening te worden gehouden (zie ABRvS 30 december 1993, BR 1994/949).
Indien het overgangsrecht bij het oude bestemmingsplan zo ruim was dat daarin een recht op uitbreiding van de bestaande bebouwing was begrepen kantoor huren waalwijk waarvan de effecten vergelijkbaar zijn met hetgeen ingevolge het nieuwe planologische regime is toegelaten, kan van een planologische verslechtering niet worden gesproken (ABRvS 26 augustus 1996, AB 1996/513). In die zin moet dus wel met overgangsrecht rekening worden gehouden.
Het onder het overgangsrecht van het nieuwe plan brengen van een met het nieuwe bestemmingsplan strijdige situatie, heeft meestal negatieve gevolgen voor de waarde. Het gaat immers om een tijdelijk voort te kantoor huren wormerveer zetten gebruik, omdat het volgens het nieuwe bestemmingsplan is ‘wegbestemd’.
Uit onder andere de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 12 februari 1997 (AB 1997/ 232) blijkt dat niet ter zake doet wat feitelijk gerealiseerd is. Het gaat erom wat volgens de voorschriften van het oude plan mocht worden gerealiseerd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *