Een onherroepelijke wijziging

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Een onherroepelijke wijziging of uitwerking maakt deel uit het bestemmingsplan (art. 3.6 lid 3 Wro). Dit voorschrift is opgenomen omdat anders bijvoorbeeld de voorschriften van het bestemmingsplan geen betrekking zouden hebben op de wijziging of uitwerking: bouwaanvragen zouden dan niet aan het uitwerkingsplan kantoor huren heerhugowaard getoetst hoeven te worden. Wijzigingen of uitwerkingen kunnen daardoor alleen ingetrokken worden onder toepassing van de int rekkingsregels voor bestemmingsplannen.
Een bestemmingsplan geeft voor een uit te werken deel van het plan op een zodanige wijze de doelstellingen aan, dat voldoende inzicht wordt verkregen in de toekomstige ontwikkeling van het desbetreffende kantoor huren bussum gebied (art. 3.1.4 Bro).
Een globaal bestemmingsplan bevat bouwvoorschriften die verschillende soorten gebruik toelaten. Er kunnen dubbelbestemmingen worden opgenomen (bijvoorbeeld agrarisch gebied en tegelijk waterwingebied), mengbestemmingen (wonen en werken) of subbestemmingen (agrarisch gebied met leidingenstrook). Als zo’n bestemmingsplan niet voorschrijft dat het moet worden uitgewerkt, noemt men het een globaal eindplan. Hierdoor kan het op verschillende manieren worden uitgevoerd.
• Voorbeeld Globaliteit kan ook te ver worden doorgevoerd. Als er combinaties van niet-genormeerde of beperkte bestemmingen mogelijk zijn, kan het kantoor huren waalwijk totaal van de activiteiten
4.2 Bestemmings-en inpassingsplan 141
zodanig zijn dat een milieueffectrapport (MER) verplicht wordt. Bijvoorbeeld, indien op een locatie de combinatie zwembad, kunstijsbaan en zalenverhuur wordt toegelaten, kan die in het algemeen meer dan 500 000 bezoekers per jaar aantrekken indien geen beperkingen worden opgelegd. Zo had de gemeente Assen een bestemmingsplan gemaakt waarvan het plangebied grotendeels de bestemming ‘Sport en uitgaanscentrum’ had. De gronden met deze bestemming waren bestemd voor sport, sportieve recreatie, voorzieningen ten dienste van, dan wel in aansluiting op de sport en sportieve recreatie, horecavoorzieningen, bioscopen en theaters, zalencentra, evenementen- en manifestatieruimten, een bergbezinkbassin, parkeer- en groenvoorzieningen, waterpartijen en wegen en paden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde in haar uitspraak van 6 maart 2002 (BR 2002/958) voorop ‘dat bij de beoordeling van de m.e.r.-plicht moet worden uitgegaan van hetgeen het plan mogelijk maakt.’ Gedeputeerde Staten waren, net als de gemeente, ten onrechte uitgegaan van de verwachtingen van de kantoor huren wormerveer exploitant; zij hadden moeten uitgaan van de mogelijkheden die het plan bood. ‘Voorts stelt de Afdeling vast dat vanwege de globaliteit van het plan het opstellen van een milieueffectrapport ernstig wordt bemoeilijkt omdat hierbij dient te worden bezien wat de milieueffecten zijn van de verschillende mogelijkheden die het plan biedt.’ De Afdeling achtte ook uit oogpunt van rechtszekerheid – mede in aanmerking genomen de belangen van omwonenden – het plan, gelet op de zeer ruime doeleindenomschrijving, te globaal van karakter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *